Gerda heeft een boek dat "Politikens Store Fuglebog" (Politiken's Grote Vogelboek) heet. Daarbij hoort een CD met vogelgeluiden. Soms als het koud is, zoals vandaag (3 jan. 2008, -5 gr. en een straffe oostenwind) is het leuk om die geluiden te horen. Het doet je verlangen naar meer zomerse tijden.
Maar dat is uiteraard nep. Vogels zingen vandaag niet en vanwege die snijdende oostenwind is er zelfs geen vogel te zien.



In het Mauritshuis in Den Haag hangt dit kleine schilderijtje van slechts 33 bij 23 cm groot. Het is geschilderd door Carel Fabritius (1622-1654), een Delftse schilder. Hij was leerling van Rembrandt en op zijn beurt leermeester van Vermeer. Dit schilderijtje is uit het jaar van zijn dood in 1654. De pas 33 jaar oude schilder kwam om bij een explosie in het Kruithuis van Delft, die een groot deel van de stad platlegde.
Op het schilderij zie je een putter, die in de zeventiende eeuw als huisdier werd gehouden. Dikwijls leerde men zo'n beest om een heel klein emmertje met drinkwater uit zo'n kastje daaronder op te tillen, vandaar de Hollandse naam "putter". (Denen, Gerda dus ook, noemen zo'n beestje "stillids", vroeger was dat "stiglids", en een "stige" is een ladder, dus misschien maakten ze in Denemarken kunstjes op 'n laddertje).

Het schilderijtje heeft een merkwaardig perspectief, als je kijkt naar de onderste zitstok, dan kijk je duidelijk van onder; de bovenste zitstok en ook de bodem van het kastje lijken veel meer op ooghoogte. Bij de laatste restauratie werd duidelijk dat de onderste stok later is bijgeschilderd.

Vanwege die onderste stok moet het schilderij nu hoog hangen, ruim boven ooghoogte, en liefst tegen een eveneens wit gestuukte wand, je zou dan even kunnen denken dat er een echt vogeltje was en daarmee behoort het schilderijtje tot de "bedriegertjes", zo levensecht, dat je erin trapt.
Het is dus nep, net als ons luisteren naar vogelgeluiden in de winter.
Maar net als dit puttertje zitten we binnen, geketend, onvrij, het moet gauw warmer worden, we willen eruit.