Updated: 2.2.2010

O Vaterland! O Vaterland! ...
Du gleichst der dicksten schattigsten Eiche
 Im innersten Hain,
 Der höchsten, ältesten, heiligsten Eiche

Friedrich Gottlieb Klopstock (1724 - 1803)

Caspar David Friedrich, Eiche im Schnee, 1826/27
Köln, Walraff-Friedrich Museum

Vaderland, o Vaderland,
je bent als de dikste schaduwrijkste eik
in het binnenste woud
van de hoogste, oudste, heiligste eiken.

 

Zoiets kan alleen een zeer Duits, zeer romantische Dichter schrijven, want Duitsers hebben iets met bomen en bossen.
En misschien wel heel erg veel.

Als je van Nederland naar Denemarken rijdt, ga je meestal over Enschedé-Osnabrück-Bremen. Daar rijd je door het beroemde Teutoburgerwoud, tenminste dat staat op diverse borden langs de snelweg. In 9 na Christus zouden de Germanen daar de Romeinen verpletterend hebben verslagen. Een soort Asterix en Obelix dus, maar dan in Germania.

Nu kun je weten waar dat Teutoburgerwoud ligt, maar daarmee is zeker niet gezegd dat daar ook die beroemde slag plaats vond. De Romein Tacitus vermeldt alleen dat het ergens tussen Rijn en Elbe ligt, en dat is een onbehoorlijk groot stuk Duitsland, en wat nu Teutoburgerwald heet is ook nog een zeer behoorlijke lap.
Alles bijeen reden genoeg om onderling tussen dorpen en steden flink te bakkeleien over waar het nu echt was. Want de Duitsers hebben daar iets mee, met die slag van toen.

En in de negentiende eeuw, toen alle kleinere of grotere vorstendommetjes samen één Duitsland gingen vormen onder leiding van Pruisen, is er een groot "Hermanns-Denkmal" opgericht in Detmold, want natuurlijk had de Germaanse aanvoerder in 9 na Christus al een echt Duits Christelijke naam.
In de tweede wereldoorlog hebben Duitse elitetroepen in Italië ijverig gezocht naar het oudste manuscript van Tacitus' "Germaniae", want daar lag toch de wieg van Duitsland.


Beeldzijde 10 pfennig


Hermannsdenkmal in Detmold


Beeldzijde 50 pfennig

In donkere Duitse bossen hebben Hansje en Grietje, Sneeuwwitje en anderen hun avonturen beleefd. Kleermakers, slimme boerenjongens en meisjes (meestal boerenslim) en lepe soldaten zijn daar vermoord, opgegeten, omgetoverd, hebben daar hun prinses of kikker gekust, fortuin gevonden (of alles tegelijk). En altijd waren daar geheimzinnige eiken, waar trollen en kabouters huisden en misschien ook wel feeën, heksen en elfen.



De Duitse 10 pfennig munt vertoonde eikenloof, de 50 pfennig-munt toonde een dame die liefdevol een eikenboompje plant. Trouwens de mensen die met en in het bos werken, van houthakkers tot "Forstmeisters" en "Oberforstmeisters" waren herkenbaar aan de hoeveelheid eikenloof dat ze op hun schouders en kragen hadden. En als je heel erg je best gedaan had in een of andere rotoorlog, kreeg je een ijzerenkruis met eikenloof als onderscheiding.
En iedere, zichzelf een beetje respecterende heilige, heeft wel ergens een eik staan en Maria heeft bijelkaar een heel bos vol Maria-eiken. En uiteraard, al is t'ie dan niet heilig, "Hermannseiche" vind je ook!

Vroeger kwamen Germanen bij zulke bomen samen om iets geheimzinnigs te doen, maar nu is dat gelukkig gekerstend. Ofschoon, het zou me niet verbazen als op lichte zomeravonden nog steeds hier en daar (niet al te letterlijk te nemen) maagden folkloristisch rond zulke bomen dansen. In ieder geval speelt daar de opgeschoten jeugd nog altijd het oude spel van aantekken en afwijzen. Met heel hun hart hebben jongens en meisjes hun initialen ingekerfd en eeuwig trouw beloofd.


Ambrosiuseik op Taasinge.


De Denen hebben niet zo'n band met eiken en bossen maar toch...
Lang geleden fietsten Tineke en ik zo'n 14 dagen op het eiland Funen in Denemarken.
We fietsten toen ook op het eilandje Taasinge, dat via een brug met Funen verbonden is. En daar in het park van een oud kasteel stond een prachtige eik, met een naam: Ambrosiuseik. We hebben toen samen geprobeerd de boom te omspannen, maar we kwamen minstens één persoon tekort. De omtrek was dus wel een vijf/zes meter. Met enige moeite heb ik een plaatje van de "Ambrosius-eik" gevonden.
Nou meende ik dat die eik dus naar de Heilige Ambrosius genoemd was, maar nee... Het blijkt de Deense dichter Ambrosius Stub (1705-1758) te zijn, die schijnt daaronder mooie gedachten te hebben gehad en die ook te hebben neergeschreven.
Ofschoon, ik heb eens gekeken, maar meneer Stub was een vroomheidsdichter, natuurlyriek met nogal wat God erin, een piëtist heet dat officiëel, en erg genietbaar is dat nu niet meer.