Landschap

Vaag kan ik het me nog herinneren.
Voor de eerste keer van mijn leven met vader en moeder naar zee.
Toen ging de familie nog op de fiets, de "groten" hadden al een eigen fiets, de "kleintjes" ergens achterop.
En dan ineens sta je in een duindoorgang (was het de Langevelderslag of ergens anders?) op het strand, links en rechts dat oneindig strand, de ultieme zandbak, en voor je een nog meer oneindige zee.
Het strand bespikkeld met mensen, de zee ruisend en "in eindeloze deining".

Hl veel later hoorde ik een lezing van mijn collega Job Schuurmans, die het vak landschapskunde doceerde.
Het landschap, zei hij, is een individuele ervaring.
Altijd ben jij het middelpunt van het landschap, jouw ogen zijn het middelpunt van het landschap om jou heen.
En eigenlijk zie je slechtsde halve cirkel vr je, maar dan ben je toch het middelpunt van die halve cirkel.

Soms komt het voor, zei Job, dat dit subjectieve middelpunt lijkt samen te vallen met een "objectief" middelpunt in het landschap.
Op een kruising van wegen, boven op een heuveltop, ervaar je plotseling dat alles op z'n plaats valt, dat je niet alleen subjectief precies in het midden bent, maar dat dit een middelpunt "is".

In Rheden waar ik jaren gewoond heb, is zon plaats de Posbank.
Jammer alleen dat meneer Pos daar een grote monstrueuze bakstenen bank heeft laten zetten, die het effekt verknalt.
Het punt is gemarkeerd, vastgelegd, aangeduid, gemonumentaliseerd , ge-A.N.W.B-etiseerd en vertouristiekt met een ijscoman en zijn tingelende wagentje.
(Die ijsman verkocht overigens ijs van Maaten Liet, d ijsman van Rheden, met echt zalig "thuisgefabriekt" ijs, als jullie nog eens in Rheden komen, hij heeft een ijssalon aan de Veerweg).

Maar het uitzicht bij de Posbank nog steeds schitterend.

Een week of wat geleden heb ik nog eens zo'n landschapservaring gehad. We waren een weekje op zonvakantie op Fuertaventura, het oudste van de Canarische eilanden, dat vertelde tenminste onze gids op een wandeling. De wandeling volgde een droge rivierbedding naar het stadje Ajui.

Wandelen is de natuurlijke sport voor oudere heren als ik, maar dit ging langs niet gebaande wegen, langs een beekbedding met stenen, zand en grind, en dat is eigenlijk niet "mijn pakkie an".

Ik had langzamerhand enige blaren onder de voeten ontwikkeld en ik moet toegeven, mijn conditie bleek ook niet helemaal perfekt voor zo'n drie-uurs wandeling

Op een bepaald moment brak het landschap open, en hadden we uitzicht over het dal, waarin Ajui ligt.
Achter ons hingen een paar jongeren aan een vertikale rotswand om hun klimcapaciteiten te testen en voor ons het dal, een breed uitwaaierende steenwoestijn met nog ver weg en veel lager de bebouwing van het stadje.
Onze gids op de knieen, om een alleen dr voorkomend distelbloempje te fotograferen.
Hij schudde mismoedig het hoofd, het was hem niet gelukt de schoonheid van dat bloempje in zijn camera te vangen.
Alle anderen verrast over het plotseling wijde uitzicht.

Een goed half uur later heb ik zoiets nog eens ervaren, in Ajui zelf, zittend op een cafterrasje met een klein zwart grindstrand tussen de rotsen en de verre oceaan daarachter.

Maar toen was ik veel meer geboeid door een groot glas, koel, lokaal gebrouwen bier binnen handbereik

Groeten van Hans,
Venlige hilsner fra Gerda,