Herinneringen.

"Hoj", zei ik, "hoe ben jėj hier gekomen?", we kusten elkaar vluchtig. "Op de fiets, zoals gewoonlijk." zei ze, "die staat daar ergens", en ze wuifde wat onduidelijk ver weg naar de branding.

Het kwam niet in me op om nader en preciezer te vragen. Ze was nog altijd dezelfde mooie rijzige vrouw, prachtig zwart haar, witte tanden en bodemloze blauwgrijze ogen. Ik was op slag weer verliefd.

We wandelden langs het strand. Ik vertelde hoe ik het nu had in Denemarken, samen met Gerda. Merkwaardig, ze sprak weinig over zichzelf.

We spraken wel veel over de kinderen, die nu grote mannen waren. We waren samen best een beetje trots op wat ze nu waren en deden.

Hoe Merijn vroeger altijd precies en stipt was, en Bas veel gemakkelijker, losser, en of dat nu haar of mijn genen waren, en wat dan precies. Zij was meestal meer konsekwent en stipt dan ik.

Over die keer, dat Merijn een feestje hield voor zijn klas, en wij het huis uit gebonjoerd werden. Toen wij terugwandelden, werden de meeste klasgenootjes net opgehaald. Hoe toen precies boven de Smidsweg "Orion" hing.

En hoe boos onze buurvrouw was, toen Bas en zijn vriendjes hun geluidsinstallatie eens op volle kracht uitprobeerden met hard-metal-rock.

De wind speelde op het strand met wat papiertjes, die waren blijven liggen. Het is best mooi langs het Deense Noordzee-strand in de zomer, wit en breed, en stil, speciaal hier, Noord van "Hvide Sande".

Ik was enthousiast over de kleinkinderen, Lana en Mats. Het was duidelijk dat het haar pijn deed, dat ze ze nooit had gezien. Ze was er graag bijgeweest met de "Opa-Oma-weekenden".

"Kijk", zei ik, "daar staat de auto, je mag in Denemarken heel dicht bij het strand komen."

Toen ik naar haar omkeek was ze verdwenen.

"Als ik dood ben", had ze gezegd, "wil ik gecremeerd worden en de as moet je over zee laten verspreiden. Als je een plek wilt hebben om aan me te denken, ga je maar naar het strand."

Hans.