Lieveheersbeestjes.

"Sinds 1976 is het niet zo erg geweest", schreef onze krant. Je vraagt je dan af, of het echt wel zo erg is (geweest).

Mijn schoonzus Riet vertelde mij ooit, hoe hun valkantie in Denemarken "vergiftigd" werd door Lieveheersbeestjes (en dat kan dan best 1976 zijn geweest!).

Ik nam dat destijds met een korreltje zout. Maar nu weet ik beter. Sorry Riet, dat ik wat slordig met zout was. Het is erg.

Als zoiets gebeurt, wordt er altijd een of andere deskundige uitgenodigd, die dan van zijn belangwekkend wetenschappelijk onderzoek wordt weggerukt en ons haarfijn mag komen uitleggen wat er aan de hand is.

Het waren, zegt een van de lokale entomologen, de warme mei en junimaanden, die waren ideaal voor de voortplanting van deze beestjes, en omdat de omstandigheden zo ideaal waren, hebben ze er kennelijk ruimschoots gebruik van gemaakt.

Soms heb je dat met insekten.

Ooit, toen mijn ouders nog aan de Tulpenstraat woonden, hadden wespen in de spouwmuur een nest gebouwd. Nadere inspectie leerde ons, dat er een aantal gaatjes waren bij het raam en bij het deurkozijn, ook naar binnen! We dachten die even dicht te smeren met wat cement, maar .... binnen vijf minuten hadden de wespen zich door de nog vochtige cement gevreten.

De volgende dag, inmiddels maandag, toch maar even de gemeente gebeld. Er kwam een "mannetje". Hij keek eens goed rond.
"Ja," zei-die, "da's vervelend." Hij graaide wat in zijn tas en propte iets in de uitgevreten gaatjes.
"Als ze weg benne, mot je die gaatjes wel dicht smere, anders komme ze terug" zei hij met plat Lissese tongval.
We hebben nooit meer een wesp gezien en de gaatjes zorgvuldig dichtgesmeerd en dicht bleven ze.

Hier in Denemarken hadden we een mierenplaag, grote nesten onder ons terrasje en talrijke mieren gingen op onderzoek uit onder andere ook in ons huis. Gerda had dat kennelijk al eens eerder meegemaakt en bij het plaatselijk tuincentrum kocht ze iets.

Er stond "Bayer" op, en dan wordt ik altijd een beetje onrustig, bestrijdingsmiddelen en zo... Vroeger in de Bollenstreek, d'r werd wat af gespoten!

En jarenlang lesgeven op een school, die o.a. funktionarissen voor Natuurmonumenten en Staatsbosbeheer afleverde, maakte het er niet beter op.

Maar potvedikkie die jongens van Bayer kunnen d'r wat van; wat hielp dat! Binnen de kortste keren hoefde ik geen mierenlijkjes meer op te zuigen (met de stofzuiger dan). En toch.... ietsje slecht geweten hou ik.

Tegen die Lieveheersbeestjes is niets te doen, daar is niets tegen opgewassen en dat mag ook niet, zei die entomoloog. Het zijn uiterst nuttige diertjes, die bijna uitsluitend van bladluizen leven. En op zoek naar bladluis, raken ze met de wind op drift over de Oostzee en spoelen weer massaal aan op het strand. (voor de Zuiderzee tot IJsselmeer werd, gebeurde zoiets ook regelmatig langs de "Zuiderzeestranden", lees ik in mijn "Calwer's Keverboek" uit 1930)

"Dat ken dan wel zo weze", maar als je nu net op vakantie bent aan een van die Deense stranden aan de Oostzee en het wemelt zo van deze lieve, uiterst nuttige en ook nog mooie beestjes, dan wil je humeur wel eens een andere draai nemen.

Groetjes uit Denemarken,

Hans en Gerda