Beste mensen,

Het is maandagmorgen en het regent, niet zo'n gewone regenbui, maar een constante, druilerige regen.
De lucht ziet grauw en grijs, kleur op kleur, heet dat in modekringen, dacht ik.
Zoven was onze postbode er, een prachtige Deense meid in haar rode post-danmark-regen-kleding en blonde haren met een rood/bruin tintje erbij (geverfd), lachende blauwe ogen, ondanks de regen.

Het is gek hoe mijn geheugen werkt, vanmorgen toen we opstonden en ik de lange-dag-regen zag, moest ik denken aan een uitzicht over de IJssel, bij Twello, Olst, daar ergens.
In zo'n regen, stonden Roodbonte Rijn-IJssel koeien, poten in de IJssel, kont in de wind, met zo'n grauwe Ruysdael-regenlucht op de achtergrond, rustig te wachten, tot het over was.
Toen zag je nog koeien buiten.

Hier in Denemarken, zo las ik in de krant, komt 40% van de koeien zelden of nooit meer buiten en in Holland zal het niet veel anders wezen.
En als je ze ziet, zijn het altijd zwartbonte friezen en dan een heleboel op een klein weilandje, als gevangenen, die een uurtje gelucht worden.

Maar toch, heel af en toe zie je hier effen rood-bruine Deense koeien lopen, een heel tedere roodbruine kleur.


Koeien die je onmiddellijk zou willen aaien, hl soms zie je ze ook als lakenvelder (met brede witte band om de middel) of als blaarkop (met witte kop).

Ooit, heel lang geleden, liepen de koeien zomers buiten en het melken gebeurde op het land.
Mijn oom Willem in Spaarnwoude melkte zo'n dertigtal koeien, elke morgen en avond. In de winter in de stal, zomers buiten.

In zomervakanties, als ik daar logeerde, ging ik wel mee met melken.
Het paard voor de wagen en de zware metalen 40 l. melkbussen rammelend op de heenweg.
Oom Willem zette zijn melkkrukje op een bepaalde plek in het weiland en wachtte dan rustig tot de eerste koe naar hem toekwam om zich te laten melken.
En keurig netjes n voor n, zonder voordringen, kwamen de grote beesten naar hem toe, hij kwam alleen af en toe naar de wagen om de melkemmer te legen.
Soms had oom Willem een koe gekocht, die niet naar hem toekwam, hij moest er dan achterheen in het land, hij haatte dat en als de koe hardleers bleek, duurde het niet lang of de veehandelaar (Cor Nelis, Cor "de koopman", of Theo Vink ?) kon haar weer meenemen.

Als het regende, zat oom Willem ineengedoken op zijn krukje met een grote jute zak ingevouwen over het hoofd, als een monnik in gebed.
Ook dan kwamen de koeien, Oom Willem zat dan altijd zo, dat de koeien "met de kont in de wind" konden staan.

Een nostalgische (alweer!) groet uit Denemarken,
Hans en Gerda.