Beste mensen,

Ooit zwierven Tineke en ik door Maastricht. Het was warm en benauwd. Uiteraard is er niets beter dan een "Wieckse Witte" op een terras op het Vrijthof, maar ... je kunt niet aan de gang blijven met die Wieckse Witte. En daar dichtbij is ook de prachtige St Servaas, en in zo'n oude koele kerk is het goed toeven op een warme zomerdag.

Iets dergelijks overkwam ons in Aarhus; warm, benauwd, een glas koel bier op het Storetorv (Grote plein) en daar staat ook de eeuwenoude Domkerk. Nu is die Deense Lutherse kerk niet zo versierd als de Rooms uitbundige Sint Servaas, maar toch, wat middeleeuwse kalkschilderingen zijn er nog.

Ergens aan een pilaar aan de linkerkant vind je een herinneringsschild voor de slachtoffers van de Sleeswijks-Holsteinse oorlog van 1864. Om iets preciezer te zijn, de meesten zijn slachtoffers van de "slag bij Dybbol". De lijst wordt aangevoerd door eerste luitenant F.W. Meulengracht (en die is weer uit een familie van bierbrouwers in Aarhus) dan komt onderkorporaal Jensen en dan de "menige" (dienstplichtigen).

Nu had ik van die oorlog nog nooit gehoord, maar het is een van die waanzinnige oorlogjes zoals er zoveel zijn geweest.

In het begin van de negentiende eeuw bestond de staat Duitsland nog niet. Duitsland was een verzameling van een honderdtal staatjes, hertogdommen, graafschappen etc. Beieren had zijn eigen koning, Pruissen had er een en zelfs tot 1920 was het vorstendom Lippe (waar Bernhard van Lippe-Biesterfeld vandaan kwam, vader van Irene van Lippe-Biesterfeld) een zelfstandige vrijstaat binnen het Duitse rijk.

In de negentiende eeuw heeft de Pruissische kanselier Bismarck erg zijn best gedaan om van die lappendeken ťťn Duitse staat te maken.
In de Duitse bond waren vele vorstendommetjes verenigd. Sleeswijk en Holstein waren toen officiŽel nog Deens.

Maar de Holsteinse adel koos al in 1815 voor de Duitse bond en de Sleeswijkse adel wilde ook wel Duits.
("Gewone" mensen hadden toen nog niks in te brengen!)

Zo niet de Deense koning, die had wel wat in te brengen en wilde niks Duits, hij zond een bewakingsleger naar Sleeswijk om de Deense belangen te behartigen.

Dat wilde de Duitse Bondsvergadering weer niet en die zond een Duits leger om Sleeswijk en Holstein tegen de Denen te beschermen.

Bij Dybbol kwam het tot een treffen, 5000 Deense soldaten en 1000 Duitse kwamen daar om.

Denemarken raakte een groot deel van zijn grondgebied kwijt, de grens liep zo ongeveer van Fredericia naar Esbjerg.

De Denen richtten in 1866 gauw de Deense Heidemaatschappij op, om het verloren landbouwgebied met ontginning van de Jutlandse heide te compenseren.
Na de eerste wereldoorlog kreeg Denemarken weer een deel van het verloren gegane gebied terug en kwam de grens bij Flensborg, en daar ligt ze nog steeds. (Gerda herinnert zich nog familieleden uit het "Zuiden", die op de "Duitse School" hebben gezeten).
Na de tweede wereldoorlog is er nog even sprake geweest van "teruggave" van Sleeswijk, maar daar is niks van gekomen.

Wel is er in Sleeswijk-Holstein het SSW (Sued-Schleswigse Wahlverband), een politiek partijtje van de Deense minderheid, die sinds 1949 niet gebonden is aan de 5%-kiesdrempel van alle andere partijen. Daar zitten nog de echte Denen!

Maar "Heim ins Dšnische Reich" is er niet meer bij!



Veel groeten uit het ontgonnen Jutland,
Hans en Gerda.

PS: Onder de namen staat een wat ronkend gedicht/rijm:

Geweken is tenslotte voor overmacht, de kleine groep
maar de eer van Denemarken heeft niets geleden.
Sluit de rijen en sta vast, alle Deense mannen!
God beschikt, wanneer wij de zege weer zullen behalen.